Nosemose.

nosemaNosema apis Zander iseen eencellig organisme behorende tot de Protozoa, meer bepaald tot de Sporozoa (sporenvormende organismen) dat de volwassen bijen parasiteert.

Het is een besmettelijke ziekte die wellicht latent in alle kolonies voorkomt.

De sporen worden met het voedsel of tijdens het poetsen van besmette cellen opgenomen. Via de slokdarm en de honingmaag bereiken de sporen de middendarm waar ze zich vermenigvuldigen en de maagwand beschadigen. De bij verzwakt en krijgt diarree. De sporen worden dan verspreid met de uitwerpselen.

Door vervliegen worden de sporen verspreid in andere kasten.

In het voorjaar is het gevaar voor een uitbarsting van de ziekte het grootst. Door diverse omstandigheden ontwikkelen de latent aanwezige sporen zich massaal: het volk wordt Nosema‑ziek. Dit kenmerkt zich door een trage voorjaarsontwikkeling. Oude bijen met opgezwollen lichaam krasselen op de grond. De vliegplank en kastvoorwand is besmeurd met uitwerpselen.

Diagnose: met een pincet de midden- en endeldarm uittrekken.

Een gezonde middendarm is donkerbruin. Nosemazieke bijen hebben een wit gekleurde en gezwollen middendarm.

Microscopisch onderzoek van dertig achterlijven van stuifmeelhaalsters volstaan om een beeld te krijgen van de besmettingsgraad.

Sterk aangetaste bijenvolkeren verzwakken en worden opgeruimd.

Door een goede stuifmeelvoorziening van de wilg wordt nosema niet uitgeschakeld, maar de kolonie verzwakt niet noemenswaardig. Bij goede weersomstandigheden verdwijnt de ziekte.

Zorgvuldige selectie bij de koninginnenteelt en vroeg inwinteren zorgt voor vitale winterbijen die in de lente weinig worden aangetast.

Een nieuwe belager: Nosema ceranae

In 1994 voor het eerst beschreven bij de Aziatische bij Apis cerana
In 2007 gevonden bij Apis mellifera in Taiwan, in 2006 in Spanje
Uit DNA-onderzoek op gestockeerde stalen blijkt de parasiet reeds eerder voor te komen in Italië, Spanje (2005), Zweden , Denemarken (2004), Frankrijk (2002)…
Nosema ceranae verdringt Nosema apis, vooral in warmere zuiden
De pieken in het ziektepatroon (vooral in de lente) bij Nosema apis blijken bij N.ceranae geen seizoensinvloeden te kennen
Insecticiden ( neonicotinoïden) beïnvloeden de vatbaarheid voor Nosema (universiteit Maryland)
N. ceranae komt minder voor in N.-Duitsland (sterft af onder 4 °C).

Nosema (apis) is een factorenziekte

Erfelijke aanlegnosema cerana

Aanvoer van stuifmeel

Vitellogenine (eiwitlichaam) van de winterbijen

Imker: tijdig inwinteren/storingen

Eiwit- en vetbalans van de pollen: Rubuspollen heeft het hoogste eiwitgehalte (werksters met grootste voedersapklieren); Citruspollen bijv. zijn eiwitarm en bij nosema-aantasting leven de bijen korter Pollenmengsel is gezonder voor de bijen o.a. ook door de vetten

Fungicidenbelasting van pollen: nosemagevoeligheid neemt toe

Chemisch behandelen van de varroamijt: toename van nosemose (getest op Amitraz en Fluvalinaat)